Vragen aan De Nederlandsche Bank

Geachte DNB,

Ik heb een aantal vragen over de geldschepping. Zojuist heb ik even gebeld met mevr. ******** van uw infolijn en zij vroeg mij de vragen te mailen.

Ik heb begrepen dat geld ontstaat op het moment dat er een lening wordt genomen. Op Internet vind je er veel over onder de naam Fractional Reserve. De bank heeft slechts een fractie van het leenbedrag op de balans op het moment van lenen. De rest van het geld wordt dan nieuw geschapen.

Uitgaande van de veronderstelling dat dit het geval is, heb ik de volgende vragen:

  • Met welk percentage als fractie, vindt dit proces in Nederland, onder auspiciën van DNB plaats?
  • Waarom wordt dit proces alleen uitgevoerd door de commerciële banken en niet door een bank in staatshanden, zodat de geldschepping de facto genationaliseerd kan worden? De rente-inkomsten komen dan in handen van de staat en niet in handen van de fiat-bankiers.
  • De rente die op een willekeurige schuld (na fractional reserve) moet worden terugbetaald… waar komt het kapitaal vandaan om deze schuld te kunnen voldoen? Immers het bedrag van de schuld wordt grotendeels geschapen op het moment van lenen. Volgens het verhaal van het elfde tientje moet er aan het eind van de rit iemand failliet gaan – dat zijn nu dan de Grieken. Mijn vraag is: is het niet inherent aan dit systeem, dat deze problemen ontstaan doordat het rentekapitaal niet is geschapen?

Ik dank u bij voorbaat voor de openhartige beantwoording van deze vragen.

Hoogachtend,

2 thoughts on “Vragen aan De Nederlandsche Bank

  1. Geachte heer Voeten,

    Wij hebben onderstaande mail op 18 april naar u verzonden.

    Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn.

    Geachte meneer Voeten,

    Bedankt voor uw vraag van 1 maart 2012 aan de Nederlandsche Bank (DNB), onze excuses voor de verlate reactie.

    Het concept fractional reserve banking is erg relevant binnen de monetaire economie. Ik moet daarbij wel opmerken dat het vooral een erg theoretisch concept betreft, dat voornamelijk in tekstboeken over monetaire economie en monetair beleid is terug te vinden. In werkelijkheid stellen wij als toezichthouder en monetaire autoriteit vele eisen en limieten aan het kredietverschaffend en daarmee geldscheppend vermogen van kredietinstellingen. U kunt hierbij onder meer denken aan specifieke kapitaalvereisten, vereisten aan de kwaliteit van vreemd vermogen en voldoende liquide activa als buffer om onverwachte schokken in de kaspositie bij banken op te vangen.

    Inzoomend op uw specifieke vraag over fractional reserve banking wil ik u erop wijzen dat dit in de eerste plaats vooral een monetair beleidsinstrument is en niet een toezichtinstrument (zoals de instrumenten die ik u hierboven noemde). Kort gezegd bepaalt in het eurogebied het Eurosysteem (dat zijn naast de Europese Centrale Bank ook alle nationale centrale banken binnen het eurogebied, dus inclusief DNB), dat kredietinstellingen in het eurogebied verplicht zijn om gemiddeld een bepaalde hoeveelheid geld, de zogenaamde minimum reserves, aan te houden bij de nationale centrale bank, meestal voor een periode van vier à vijf weken. Het doel hiervan is dat banken hierdoor een tekort aan liquiditeiten (geld) hebben, ter grootte van de omvang van de reserveverplichtingen. Dit tekort lenen banken vervolgens weer bij de nationale centrale banken van het Eurosysteem. Op deze manier controleert het Eurosysteem de rente voor banken, die zij vervolgens ook aan collega-banken, én aan hun klanten doorrekenen. De minimum reserves zijn momenteel 1% van de kortlopende deposito’s die een kredietinstelling heeft aangetrokken (voor de precieze berekening hiervan bestaan specifieke, vrij technische regels). Dit is de equivalent in het eurogebied van de fractional reserves uit de tekstboeken.

    Ten aanzien van uw tweede vraag is relevant dat in een markteconomie zoals we die in Nederland en Europa kennen, middelen worden ingezet via een marktmechanisme. Dit moet ervoor zorgen dat de beperkt beschikbare middelen op een zo efficiënt mogelijke wijze ingezet worden. Dit geldt net zo goed voor besparingen en kredieten, als het voor andere (materiële) goederen en diensten geldt. De instelling die uiteindelijk een krediet verstrekt loopt hierop verschillende risico waarvoor zij dan ook een compensatie ontvangt (de rente).

    Het verhaal van het elfde tientje is een tot een verbeelding sprekend voorbeeld en lijkt op een belangrijke inconsistentie in het systeem te wijzen. Toch abstraheert het van een belangrijk en relevant macro-economisch fenomeen, namelijk dat onder normale omstandigheden door ofwel bevolkingsgroei ofwel duurzame productiviteitsgroei de waarde die omgaat in een economie op lange termijn toeneemt (economische groei). Het feit dat de verdiencapaciteit van een economie op de lange termijn toeneemt, betekent dat ook de betaalcapaciteit van huishoudens, bedrijven en overheden in de toekomst hoger is. Hierbij is het uiteraard van belang dat de verhouding tussen schuldgroei en inkomensgroei niet te veel uit het lood wordt geslagen; in dat geval neemt het risico op wanbetalingen logischerwijs toe. Dit is een belangrijk maar zeer ingewikkeld macro-economisch vraagstuk, wat voor centrale bankiers en toezichthouders een belangrijk thema is bij hun dagelijkse werkzaamheden.

    In het vertrouwen u zo voldoende te hebben geïnformeerd.

    Met vriendelijke groet,

    De Nederlandsche Bank N.V.
    Afdeling Communicatie

    Heeft u meer vragen? Kijk dan op http://www.jouwgeldvraag.nl

    Informatiedesk

    Telefoonnummer: 0800 – 020 1068 (gratis)
    Faxnummer: 020 – 524 2228
    E-mail adres: info@dnb.nl

    De informatie verzonden met dit e-mailbericht is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Indien u als niet-geadresseerde dit bericht ontvangt, wordt u verzocht direct de afzender hierover te informeren en het bericht te vernietigen. Gebruik van informatie door onbevoegden, openbaarmaking of vermenigvuldiging is verboden en kan leiden tot aansprakelijkheid.

    De afzender is niet aansprakelijk voor schade die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. De e-mails en eventueel bijgevoegde bestanden zijn volgens een standaardprocedure gecontroleerd op computervirussen. Deze controle kan aanwezigheid van malware, zoals virussen, echter niet geheel uitsluiten.

    The information sent in or enclosed with this email is confidential and intended solely for the addressee. If you have received this email but are not the intended recipient, please notify the sender immediately and delete the message. Please be advised that the unauthorised use, disclosure, dissemination or distribution of information is prohibited by law and may entail liability.

    The sender cannot be held liable for damage in connection with risks inherent in electronic message transfer. The sender has taken standard precautions to verify no computer viruses are present in this email or any attachments it may contain. However, the presence of malware, such as viruses, cannot be ruled out.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website